Het ontstaan van Sluiskil

We kunnen pas van ‘Sluiskil’ spreken sinds de Koegorspolder in 1648 werd ingedijkt. Een diepe geul – een oostwaartse uitloper van het Axelse Gat – 300_sluiskil_omstreeks_1825.pngdie nu binnen de polder kwam te liggen, werd afgesloten door de polderdijk. Deze diepe geul ving al het polderwater op en dat water moest worden afgevoerd. Vandaar dat aan de westelijke dijk van de Koegorspolder – de huidige Bovenweg - een sluis werd gebouwd, die voor de afwatering moest zorgen. Daar kwamen Sluiskils eerste woningen te staan. Tegenover de Bovenweg lag vroeger het Vogelschorre; een uit schorren bestaand eiland, dat ingesloten werd door het Sasse Gat, het Axelse Gat en de Honte. Toen deze schorren in 1699 werden ingedijkt, verrezen er boerderijen en landbouwgronden op dit eiland. Vandaar dat, naast de al bestaande sluis-aan-de-kil, een haventje voor een veerdienst werd aangelegd. Dit ­veer voer heen en weer tussen de Koegorspolder en de Vogelschorpolder en zorgde voor meer bedrijvigheid hetgeen tot gevolg had dat de paar woningen, die er al stonden, werden uitgebreid met enkele huizen en een eerste herberg. Het haventje ging steeds meer dienst doen als laad- en losplaats van schepen. Het gehucht, dat zo ontstond, had nog geen vaste naam. Er werd gesproken van Sluyskille, Sluiskreeke en Sluiskillehaven.

De plaats waar u nu staat (aan de Bovenweg), is de plaats waar de sluis heeft gelegen. Aan deze sluis heeft Sluiskil zijn naam dus te danken. Links van u zijn de restanten van de kreek te zien en in het verlengde hiervan zijn aan de overzijde van het kanaal ook nog restanten van dezelfde kreek in het landschap zichtbaar.

Toen in 1825 besloten werd tot het graven van het Kanaal van Gent naar Terneuzen, telde Sluiskil 70 inwoners. Door het aanleggen van de kanaaldijk langs het kanaal, raakte het veer naar de Vogelschorpolder overbodig. Het gehucht "Sluyskille" dat in eerste instantie gebouwd was rondom de zeedijk (de Bovenweg) en – binnendijks - de Benedenweg, groeide doordat langs beide oevers van het kanaal een bescheiden weg werd aangelegd, waarlangs ook huizen werden gebouwd. De eerste huizen waren voor de brugwachters. Later vestigden zich hier ook bewoners, win­keliers en caféhouders. In 1829 telde Sluiskil 112 inwoners. Het gehuchtje werd langzaam aan een verzorgingscen­trum voor de omliggende polders en boerderijen. Handelaren en am­bachtslieden begonnen er zich te vestigen. Toen men in 1844 ook de Louisapolder indijkte, die tegen de westelijke kanaaldijk aan lag, kon Sluiskil uitbreiden. Pas in 1863 werd de Pierssenspolder ingedijkt.  

Na de dichting van het Axelse Gat door de kanaaldijk verliep de verzanding van deze vaargeul erg snel. Vandaar dat in 1844 de inpoldering plaatsvond van een schorrengebied, dat tegen het kanaal en tussen de Bovenweg en Strood­orpe lag. In deze Louisapolder is het grootste gedeelte van Sluiskil gebouwd.