Luitenant Erwin Boudry

alias Pierre Borudy, werd geboren op 21 juli 1918. Bij zijn vertrek uit Fontainebleau in september 1939 maakte hij deel uit van het 89e regiment artillerie en vocht hij met zijn regiment in Nederland en België. Op 4 juni 1940 werd hij krijgsgevangen genomen tijdens de verdediging van Duinkerke en naar Koeningsberg (Oost-Pruisen) gestuurd.

Op 20 februari 1941 slaagde hij er samen met een vriend in om uit een rijdende trein te springen. In de sneeuw en met slechts enkele beschuiten als voedsel bereikte hij negen dagen later de Russische grens. Na vele moeilijkheden overwonnen te hebben, gelukte het hem om op 1 december 1941 Engeland te bereiken en dienst te nemen bij de vrije Franse strijdkrachten. Hier werd hij ingedeeld bij Squadron 340 Ile de France onder de schuilnaam Pierre Borudy.

Op 17 september 1944 was hij betrokken bij een aanval op Duitse troepen, die vanuit Terneuzen de Schelde overstaken. Tijdens de tweede aanval dwaalde hij iets af van zijn groep en viel een colonne voertuigen aan op de weg langs het kanaal van Gent naar Terneuzen. Door een luchtdoelgeschut, dat stond opgesteld vóór de St. Antoniusschool te Sluiskil, werd hij geraakt. Een andere piloot van zijn groep zag hoe hij geraakt werd, in een vrille geraakte, een vleugel verloor, tegen de dijk vloog, er overheen caramboleerde en aan de andere kant neerstortte. Het vliegtuig ontplofte ten noorden van Sluiskil vlakbij de boerderij van de familie Coene. Zijn stoffelijk overschot was onherkenbaar en alle papieren werden door de Duitsers meegenomen. Enkele dagen later heeft de escadrille de resten van het vliegtuig formeel erkend als zijnde het toestel van Lt. E. Boudry.

Lt. E. Boudry werd tijdelijk begraven op het RK kerkhof. Na de oorlog is zijn stoffelijk overschot naar Frankrijk overgebracht. Daar is hij herbegraven.